
Gebouwen lijken ingewikkeld door alle ramen, deuren en daken, maar de basis bestaat meestal uit rechthoeken, driehoeken en rechte hulplijnen. In deze categorie leer je die grote vormen eerst goed neerzetten. Daarna voeg je kenmerken toe die van een eenvoudig bouwwerk een huis, kasteel of bekende toren maken.
Recht tekenen zonder dat alles stijf wordt
Gebruik een liniaal als je strakke lijnen prettig vindt, maar uit de hand tekenen mag net zo goed. Controleer vooral of ramen en deuren logisch verdeeld zijn. Bij een kasteel kun je spelen met torens en kantelen; bij een huis maken het dak, de schoorsteen en de voordeur het ontwerp herkenbaar.
Schets eerst de buitenvorm en de horizon.Verdeel grote vlakken voordat je details toevoegt.Maak de omgeving af met een pad, bomen, wolken of mensen.
Met de lessen hieronder oefen je zowel eenvoudige architectuur als opvallende bouwwerken. Zo ontwikkel je gevoel voor verhoudingen en kun je later gemakkelijker je eigen gebouw ontwerpen.