Handen, ogen, lippen en neuzen zijn klein, maar bepalen sterk de uitstraling van een gezicht of figuur. Het helpt om niet meteen alle details te willen tekenen. Zoek eerst de eenvoudige vorm en kijk goed naar richting, afstand en symmetrie.
Oefen één onderdeel tegelijk
Een oog kun je opbouwen vanuit een gebogen amandelvorm, lippen vanuit een middenlijn en een hand vanuit de handpalm met afzonderlijke vingers. Door ieder onderdeel apart te oefenen, krijg je meer controle voordat je alles in een compleet portret gebruikt. Teken meerdere kleine versies op één vel en vergelijk de verschillen.
Werk met zachte hulplijnen en gum pas aan het einde.Let op verhoudingen in plaats van alleen de omtrek.Gebruik schaduw spaarzaam om ronding te suggereren.
In deze categorie vind je lessen voor onder andere handen, ogen, wenkbrauwen, neus, lippen en haar. Kies het onderdeel dat je lastig vindt en herhaal de oefening een paar keer.