Een landschap tekenen lijkt ingewikkeld, maar met duidelijke lagen wordt het verrassend overzichtelijk. Je begint bij de horizon en bouwt daarna bergen, wolken, bomen en details op. Door vormen op de voorgrond groter te tekenen dan achterin, ontstaat vanzelf diepte.
Bekijk eerst de overzichtsafbeelding bovenaan om te zien hoe de tekening wordt opgebouwd. Daaronder vind je een duidelijke uitleg bij iedere stap. Werk van achter naar voren: begin met de horizon en voeg de details op de voorgrond als laatste toe.
Wat heb je nodig?
- Een potlood en gum
- Tekenpapier, liefst liggend gebruikt
- Een zwarte fineliner
- Kleurpotloden in blauw, groen, grijs en bruin
De tekening duurt ongeveer 25 tot 35 minuten. Neem extra tijd voor de boom op de voorgrond en voor het aanbrengen van verschillende lagen in het landschap.
Overzicht van de negen stappen
De overzichtsafbeelding bovenaan de pagina toont alle stappen. Werk van achter naar voren: eerst de horizon en bergen, daarna de bomen en als laatste de kleine details op de voorgrond.
Stappenplan: een landschap tekenen
Stap 1: Zet de horizon neer
Trek ongeveer halverwege het papier een rustige, licht golvende lijn. Voeg daaronder nog enkele gebogen lijnen toe voor akkers of heuvels. Laat de lijnen aan de randen van het papier doorlopen.
Stap 2: Teken de bergen
Plaats boven de horizon een rij driehoekige bergtoppen. Wissel hoge en lage toppen af en laat enkele vormen gedeeltelijk achter elkaar verdwijnen. Dat geeft meteen afstand.
Stap 3: Voeg wolken toe
Teken boven de bergen een wolkenbank met zachte ronde bogen. Houd de wolken luchtig en voorkom dat iedere boog precies even groot wordt.
Stap 4: Plaats de grote boom
Teken links op de voorgrond een stam met vertakkingen. Bouw de kruin op uit losse, afgeronde vormen. Voeg verder naar achteren een veel kleinere boom toe om het verschil in afstand zichtbaar te maken.
Stap 5: Werk de boom uit
Maak de stam onderaan iets breder en voeg enkele binnenlijnen toe voor de schors. Verbind de groepen bladeren tot een herkenbare kruin, maar laat kleine openingen bestaan voor een natuurlijke vorm.
Stap 6: Vul de horizon
Zet langs de horizon kleine bomen en struiken. Gebruik eenvoudige stippen, boogjes en korte verticale lijnen. Details in de verte hoeven niet scherp te zijn.
Stap 7: Teken gras en bloemen
Voeg op de voorgrond korte grassprietjes, kleine bloemen en losse blaadjes toe. Maak deze details groter en duidelijker dan de begroeiing bij de horizon.
Stap 8: Versterk de diepte
Trek de belangrijkste contouren over en gum onnodige hulplijnen weg. Maak de lijnen op de voorgrond iets donkerder dan die in de verte.
Stap 9: Kleur het landschap
Kleur de lucht blauw en laat hem richting de horizon wat lichter worden. Gebruik meerdere groentinten voor de velden en bomen. Geef de bergen zachte grijs- of blauwtinten, zodat ze verder weg lijken.
Tips voor een mooi resultaat
- Laat vormen elkaar gedeeltelijk overlappen.
- Maak voorwerpen vooraan groter, donkerder en gedetailleerder.
- Gebruik achterin lichtere en koeler gekleurde tinten.
- Herhaal niet overal hetzelfde soort boom of graslijn.
Maak je eigen versie
Verander het seizoen door herfstkleuren, sneeuw of bloesem te gebruiken. Voeg een rivier, zonsondergang, wandelpad of boerderij toe. Met de les huis tekenen kun je eenvoudig een gebouw in de verte plaatsen.
Meer leren tekenen
Wil je verder oefenen? Bekijk dan ook deze tekenlessen:
- Hoe stap voor stap een boom tekenen
- Hoe stap voor stap wolken tekenen
- Hoe stap voor stap vlammen tekenen
Bekijk voor nog meer ideeën ook het volledige overzicht met tekentutorials.
Veel tekenplezier!